direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Parapluherziening schoolpleinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0637.BP00059-0003

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Ligging en begrenzing plangebied

Het bestemmingsplan betreft een parapluherziening voor schoolpleinen van het primair onderwijs. Aangezien niet in elk plangebied van de gemeente een school van het primair onderwijs is gevestigd, is de parapluherziening niet voor het gehele gemeentegebied van toepassing. De herziening is alleen van toepassing op díe plangebieden waar scholen van het primair onderwijs zijn gevestigd. Zie onderstaande figuur voor de ligging van het plangebied in Zoetermeer.

afbeelding "i_NL.IMRO.0637.BP00059-0003_0001.jpg"

1.2 Aanleiding planherziening

In het 'Beleidskader spelen 2005-2015' is als uitgangspunt vastgelegd dat de openbaar toegankelijke schoolpleinen van basisscholen betrokken zullen worden in het nieuwe speelplan. Zie bijlage 1. Later is de gemeente met de schoolbesturen vanuit maatschappelijk belang overeengekomen dat schoolpleinen van het primair onderwijs openbaar toegankelijk moeten zijn. Dit gezamenlijke standpunt is vastgelegd in het raadsbesluit 'Kwaliteitsimpuls primair onderwijs in 2007'. Zie bijlage 2. Volgens het gemeentelijk beleid is voor- en naschoolse opvang en het gebruik van schoolpleinen als speelterrein na schooltijd mogelijk. De schoolpleinen zijn ook allemaal als zodanig ingericht.

Uit jurisprudentie van de Raad van State blijkt dat er onduidelijkheid is ontstaan over het gebruik omtrent schoolpleinen van het primair onderwijs en of dit gebruik voldoende overeenkomt met bestemmingsregels uit bestemmingsplannen.

De Raad van State heeft in een uitspraak (200902923/1/H1) geoordeeld dat het gebruikmaken van een schoolplein als openbaar speelterrein na schooltijd, in strijd is met het bestemmingsplan dat voor die specifieke locatie gold. De grond waar het schoolgebouw op gelegen was, had de bestemming 'bijzondere doeleinden' met de aanduiding 'scholen', met bijbehorende erven. De als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor scholen met de daarbij behorende bijgebouwen, dienstwoningen en andere bouwwerken, andere werken, tuinen en speelterreinen. De Raad van State is in deze uitspraak tot de conclusie gekomen dat het gebruik van schoolpleinen als speelterrein na schooltijd, in strijd is met het bestemmingsplan.

Om te verzekeren dat de bestemmingsplannen in Zoetermeer in overeenstemming zijn met de bestaande praktijk, wordt de formulering in de betreffende planregels aangepast. De parapluherziening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, daarom hoeft in het kader van een goede ruimtelijke ordening geen nieuwe afweging gemaakt te worden.

1.3 Huidige juridische planregelingen

Voor het plangebied zijn op dit moment de volgende juridische plannen van kracht:

Tabel 1: Overzicht geldende bestemmingsplannen

Nummer   Bestemmingsplan   Vaststelling Raad  
BP00009   Buytenwegh 2007   16 november 2009  
BP00010   Rokkeveen   2 juli 2012  
BP00003   Driemanspolder-van Leeuwenhoeklaan   3 december 2012  
BP00041   Willem Alexanderplantsoen   5 november 2013  
BP00032   Meerzicht-Westerpark   25 maart 2013  
BP00021   De Leyens en Noordhove   25 maart 2013  
BP00028   Palenstein   22 april 2013  
BP00024   Oosterheem/Zegwaartseweg-Noord   10 maart 2014  
5.26   Seghwaert   8 december 2008  
2.89   Dorp   16 februari 2009  

afbeelding "i_NL.IMRO.0637.BP00059-0003_0002.jpg"

Hoofdstuk 2 Beleidskaders

2.1 Gemeentelijk beleid

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het voor deze parapluherziening relevante gemeentelijk beleid. Gezien het ondergeschikte karakter van de wijziging is het Europees, Rijks- en Provinciaal beleid hier niet verder uitgeschreven. Deze wijziging is niet in strijd met hogere regelgeving.

2.1.1 Beleidskader Spelen 2005-2015

Schoolpleinen bij basisscholen liggen vaak op een centrale locatie in de wijk of buurt. Over het algemeen zijn het zeer geschikte locaties om speelplekken te situeren. Ze zijn veilig en er is voldoende ruimte waardoor ze een grote aantrekkingskracht hebben op de jeugd.

Deze schoolpleinen zijn veelal openbaar toegankelijk. Vaak hebben scholen speelvoorzieningen geplaatst op de schoolpleinen die naast het gebruik tijdens schooltijd, ook buiten schooltijd worden gebruikt door kinderen uit de buurt. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het beheer van deze voorzieningen. Tot dusver zijn deze voorzieningen vrijwel niet betrokken in het "spreidingsplaatje" van de speelvoorzieningen in de buurt omdat zij immers onder de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen vallen. Ook de komst van de Brede school maakt een effectiever gebruik van de ruimte rond de school, gedurende een langere periode van de dag, zinvol.

Zoals eerder aangegeven, is het uitgangspunt van dit beleidskader dat schoolpleinen van basisscholen betrokken worden in het speelplan (in de conceptversie van het speelruimteplan staan schoolpleinen als speelruimte aangegeven, blz 11). Het beleidskader wordt momenteel geactualiseerd en zal over een aantal maanden worden vastgesteld. In deze geactualiseerde versie wordt hetzelfde uitgangspunt opgenomen.

2.1.2 Kwaliteitsimpuls schoolpleinen primair onderwijs in 2007

In het raadsbesluit van 2007 is geconcludeerd dat de toenmalige staat van onderhoud aan schoolpleinen, niet voldeed aan de te stellen eisen. Er is daarom een onderhoud inhaalslag uitgewerkt waarbij schoolpleinen tevens bredere functies in de wijken kunnen vervullen, zoals een openbaar speelterrein. Over deze kwaliteitsimpuls heeft een inspraaktraject met omwonenden plaatsgevonden.

Er is vastgesteld dat de kwaliteitsimpuls over een periode van vijf jaar wordt uitgevoerd en dat deze na het verstrijken van deze periode geactualiseerd zal worden. De kwaliteitsimpuls is inmiddels in 2014 afgerond.

Tussen de schoolbesturen en het gemeentelijk vastgoedbedrijf zijn afspraken gemaakt over toekomstig beheer en onderhoud.

2.1.3 Nota vrije tijd

De ambitie van de gemeente Zoetermeer in het vrijetijdsdomein is het – in samenspraak met inwoners en betrokken organisaties – stimuleren van een uitnodigend en kwalitatief goed vrijetijdsklimaat. Om aan deze ambitie te voldoen heeft de gemeente opgaven bedacht om in samenwerking met anderen te realiseren. Zo gaat een van deze opgaven over locaties. Bijzondere locaties zijn van belang voor een aantrekkelijke stad en vanuit het vrijetijdsdomein dient aangesloten en bijgedragen te worden aan die bijzondere plekken. Hier vallen ook sport- en speelplekken onder die uitnodigend zijn voor inwoners.

Hoofdstuk 3 Beschrijving plan

Deze parapluherziening bestaat uit planregels, een toelichting en een plankaart. Met deze herziening worden in tien bestemmingsplannen tegelijk de planregels gedeeltelijk aangepast. De bestemmingen zoals aangeduid op de plankaarten veranderen niet. Het betreft alleen een aanpassing van de planregels die gelden voor de schoolpleinen van het primair onderwijs.

De parapluherzieng geldt niet voor het schoolplein dat behoort bij de basisschool Hofvijver vanwege de specifieke problematiek die zich ter plaatse voordoet. Naar aanleiding van een zienswijze tegen het ontwerp van deze parapluherziening is besloten om het schoolplein van de Hofvijver buiten deze parapluherziening te houden.

 

Hoofdstuk 4 Milieu en leefkwaliteit

Kinderen zullen altijd een veilige speelomgeving nodig hebben, zowel binnen als buiten. De keuze om schoolpleinen van het primair onderwijs te betrekken in het speelbeleid en te gebruiken als speelterrein na schooltijd, is sinds 2007 consequent doorgevoerd in het gemeentelijk beleid.

Een vraag die relevant is bij de parapluherziening, is of de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is en niet tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat leidt. Het voornaamste aspect daarbij is het geluid dat afkomstig is van spelende kinderen. Dit stemgeluid hoeft formeel niet getoetst te worden aan de Wet geluidhinder, maar dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in beschouwing genomen te worden.

Het gebruik van schoolpleinen als speelterrein na schooltijd is zowel ruimtelijk als vanuit het aspect geluid, aanvaardbaar. In de praktijk worden veruit alle schoolpleinen van de Zoetermeerse basisscholen al sinds 2007 als speelterrein buiten schooltijd gebruikt.

Het gaat om 64 schoolpleinen die zodoende een belangrijke functie vervullen in het speelbeleid.

Gesteld kan worden dat dit in het algemeen niet tot noemenswaardige klachten of problemen heeft geleid. Dat komt vooral doordat het gebruik van de schoolpleinen na schooltijd veel minder intensief is dan tijdens schooltijden. Het aantal aanwezige kinderen ligt in het algemeen veel lager dan tijdens schooltijd. Bovendien zal het gebruik door spelende kinderen, vanwege de leeftijd van deze specifieke doelgroep, zich beperken tot overdag en in de vroege avonduren.

Van alle schoolpleinen is de afstand tot nabij gelegen woningen bezien. De afstand tussen schoolplein en woningen varieert van 0 meter (in een enkel geval) tot 100 meter. Gemiddeld genomen bedraagt de afstand ongeveer 19 meter. Dit is vergelijkbaar met de afstand die veel bestaande speelplekken zoals trapveldjes, speeltuinen, etc, (niet zijnde schoolpleinen) hebben tot bestaande woningen.

In het kader van 'milieuzonering' hanteert de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) in haar publicatie 'bedrijven en milieuzonering' overigens een richtafstand van 30 meter tussen primaire onderwijsinstellingen (inclusief schoolpleinen) en woonbebouwing. Daarbij is het aspect geluid maatgevend. De publicatie is echter nadrukkelijk niet bedoeld om bestaande situaties of gebruik te beoordelen en te toetsen, maar het geeft wel een indicatie van algemeen aanvaardbare afstanden die kunnen worden aangehouden bij nieuwe situaties. Er mag gemotiveerd van worden afgeweken.

Veel schoolpleinen in Zoetermeer voldoen aan de genoemde richtafstand, maar er zijn er ook veel (met name de oudere schoolpleinen) die daar niet aan voldoen. Daar waar niet voldaan kan worden aan de richtafstand mag gemotiveerd worden afgeweken van de richtlijn. Gezien de resultaten uit de eerdere samenspraak, het al jarenlange gebruik van de schoolpleinen als speelplekken, en vanwege de veel lagere intensiteit en duur van dit gebruik na schooltijden, achten wij ook voor schoolpleinen die op minder dan 30 meter van woonbebouwing liggen het gebruik als speelterrein na schooltijd aanvaardbaar. Mocht het gebruik van een schoolplein als speelterrein in de toekomst onverhoopt toch tot problemen leiden, dan zal in dat geval gekeken worden naar een maatwerkoplossing.

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving

5.1 Bestemmingsregels

Omdat het beleid van toepassing is op 64 locaties in Zoetermeer, die verspreid liggen in tien bestemmingsplannen, wordt het beleid door middel van een parapluherziening aangepast.

Door middel van deze herziening wordt in één keer dezelfde wijziging in alle tien bestemmingsplannen aangebracht. De wijziging betreft de toevoeging van een zinsnede, namelijk 'openbare speelterreinen/speelplaatsen', aan twee artikelen in elk bestemmingsplan. Namelijk aan de begripsomschrijving van de term 'maatschappelijke voorzieningen' en aan de artikelen die de functiebeschrijving 'maatschappelijk' dan wel 'gemengd-1' omvat in het betreffende bestemmingsplan.

Zodoende staat onomstotelijk vast dat binnen de bestemming die geldig is voor onderwijsvoorzieningen, het gebruik van de gronden voor o.a. openbare speelterreinen/speelplaatsen is toegelaten.

5.2 Overgangs- en slotregels

5.2.1 Slotregel

Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Parapluherziening schoolpleinen primair onderwijs'.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Financiële uitvoerbaarheid

6.1.1 Grondexploitatie (artikel 6.12 Wro)

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het onderhavige bestemmingsplan is geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.

6.1.2 Economische uitvoerbaarheid

De kosten die samenhangen met deze parapluherziening komen volledig voor rekening van de gemeente Zoetermeer. Het betreft louter plankosten die gedekt worden uit de algemene dienst. De herziening is financieel uitvoerbaar.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op 1 maart 2016 heeft het college van B&W ingestemd met de ontwerp parapluherziening 'Schoolpleinen primair onderwijs' en het samenspraakbesluit.

Op 10 maart 2016 heeft de publicatie ex artikel 1.3.1 Bro (aankondiging) plaatsgehad.

Gezien de aard van de herziening is het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro beperkt tot de provincie Zuid-Holland. Op 22 maart 2016 is het ontwerp verstuurd naar de provincie. De provincie heeft niet gereageerd.

Op 31 maart 2016 is het samenspraakbesluit en het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd.

Het ontwerpbestemmingsplan is ter visie gelegd vanaf 8 april 2016 t/m 19 mei 2016.

Er is één zienswijze ingediend door twee omwonenden van de basischool de Hofvijver. Vanwege de specifieke overlastsituatie heeft het college op 19 april 2016 besloten om deze locatie uit de parapluherziening te laten. De school en het schoolplein worden op grond van een huisvestingsplan van het Vastgoedbedrijf heringericht, waarbij het nieuwe schoolplein niet meer tegen de achtertuinen van de betreffende woningen wordt gerealiseerd.

De gemeenteraad heeft vervolgens op 3 oktober 2016 besloten om de zienswijze gegrond te verklaren, het schoolplein van de Hofvijver uit deze herziening te laten en de parapluherziening 'Schoolpleinen primair onderwijs' gewijzigd vast te stellen.

Hoofdstuk 7 Handhaving

Op 9 mei 2011 heeft de gemeenteraad de beleidsnota 'Niet alleen Handhaven', Handhavingsbeleid 2011-2014 vastgesteld. Dit beleid ziet onder meer op het handhaven van bestemmingsplannen. Een belangrijk uitgangspunt in dit beleid is de dubbele regelkring. Dit betekent dat er van wordt uitgegaan dat toezicht en handhaving niet alleen wettelijke taken zijn, maar vooral ook instrumenten om beleidsdoelen te realiseren.

Voor de handhaving is een prioritering ingevoerd. Daarbij zijn weegfactoren benoemd op basis waarvan de onderwerpen die het belangrijkst worden gevonden, het zwaarst worden gewogen. Fysieke veiligheid geldt als belangrijkste weegfactor. Natuur en duurzaamheid is de minst zware weegfactor. Vervolgens zijn voor de handhaving per taakveld bouwen, milieu en openbare ruimte prioriteiten gesteld. De handhaving van bestemmingsplannen valt onder het taakveld bouwen. Bij elk taakveld is een rangschikking ontstaan van zeer grote risico's naar zaken die nauwelijks risico's in zich herbergen. De prioritering wordt vervolgens in jaarlijkse handhavingsuitvoeringsprogramma's vertaald naar aandachtsgebieden, bijvoorbeeld extra aandacht voor illegale dakopbouwen, dakkapellen of illegaal gebruik.

Handhaving kan plaatsvinden via de publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd om met bestuursrechtelijke sancties op te treden tegen overtredingen van regels van bestemmingsplannen. De bestuursrechtelijke sancties bestaan uit de bestuursdwang en het opleggen van last onder dwangsom. Door middel van het privaatrecht kan de gemeente op indirecte wijze het bestemmingsplan handhaven. Dat kan door gebruikmaking van haar bevoegdheden als eigenaar of van contractuele bevoegdheden.

De strafrechtelijke vervolging is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. Overtredingen op grond van bestemmingsplanregels vallen met ingang van 13 september 2004 onder de Wet op de economische delicten. Strafrechtelijk optreden is gewenst bij overtredingen waarvan de gevolgen niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. De Wet op de economisch delicten biedt verder de mogelijkheid bij het opleggen van de straf rekening te houden met het economisch voordeel dat de overtreder heeft behaald. Ook biedt de wet de mogelijkheid de verplichting op te leggen om op eigen kosten de gevolgen van het delict goed te maken.